Adem, energie, gevoel

“Kum Nye is gebaseerd op een veelomvattend inzicht in het lichaam: hoe zijn inwendige stelsels werken, hoe die onderling verbonden zijn en hoe ze geactiveerd worden door energie (vayu) die erdoorheen circuleert. Vijf verschillende soorten energie bepalen het algehele leefmilieu van het lichaam. Sommige circuleren in spieren, bloedvaten, zenuwen, en andere weefsels: sommige zijn specifiek voor de zes zintuigelijkenorganen, en andere ondersteunen de functies van de spijsvertering, het nierstelsel en het autonome zenuwstelsel. De voornaamste vayu is de energie van de adem, die alle vitale organen, waaronder lever, hart, longen en nieren stimuleert, en ons hele fysieke systeem ondersteunt. Oefeningen die gebaseerd zijn op mindfulness van de adem kunnen de energiecirculatie door heel het lichaam verbeteren en de gezondheid van onze vitale organen bevorderen.”

Citaat uit het boek:  “ Kum Nye De betekenis van vreugde, de betekenis van zijn”  geschreven door Tarthang Tulku.

IMG_20181216_143403

Vriendschap sluiten met onze geest

“ Ontspanning laat toe dat de geest en gedachten zichzelf meer openbaren. Wanneer we rustig zijn kunnen we gewaarworden dat naast de innerlijke dialogen die komen en gaan, de geest een soort kwaliteit van “ zijn-heid” heeft die stil is maar in zichzelf compleet. Er ontbreekt niets, er hoeft niets geïnterpreteerd te worden. Als we eenvoudigweg in rust verkeren, en onszelf toestaan om rechtstreeks in de kalmte te zijn, kunnen we dit stille veld van de geest uitbreiden en gedachten meer intiem maken….Laat je geest en lichaam rustig worden. Laat interne dialogen, “geheugensteuntjes” en andere mentale ruis los. Instructies zijn niet nodig, herinneren is niet nodig, monitoren wat er gebeurt is niet nodig. Gedachten blijven misschien rondcirkelen maar als je geen aandacht aan ze besteedt, zullen ze naar de achtergrond verdwijnen, alsof ze deel zijn van een radioprogramma waarvoor je geen interesse hebt, maar dat je vergeten bent uit te zetten. Laat ook de drang om te begrijpen of te interpreteren los; volg de gewaarwording van het gevoel als die opkomt, en laat die onthullen wat het heden aanreikt.

Wat er ook opkomt, laat het gewoon zijn. Laat de bloembladen van de zintuigen zich ontvouwen, laag voor laag, tot het licht van gewaarzijn begint door te breken. Ontspan volledig; laat de kaakspieren los, de schouders, de borst en de buik, en laat alles op de juiste plaats komen. Wanneer geest en lichaam tot rust komen op een ontspannen, evenwichtige manier, zink dan nog dieper in de ontspanning.

Wanneer je meer vetrouwd raakt met deze gewaarwording van openheid en de gevoelens die opkomen, zullen de bloembladen van de zintuigen verder opengaan; het licht van gewaarzijn en de stroom van gevoel zullen je keel ontspannen, je hart verwarmen en je dieper in de kalmte  van diepe ontspanning leiden. Dit is de manier om te beginnen met het ontwikkelen van de ervaring van Kum Nye in de richting van meditatie.” Citaat uit het boek van Tarthang Tulku: “ Kum Nye De betekenis van vreugde, de betekenis van zijn”.

 

IMG_20180318_150553-EFFECTS (1)

 

De geest onze metgezel maken

” Op de een of andere manier manifesteren wij ons in deze fysieke vorm, maar wij weten niet hoe gevoelens opkomen, of hoe de atomen, deeltjes en elektronen die ons lichaam vormen, zich gedragen. Wij zijn op veel manieren een mysterie voor onszelf. Toch weten wij dat de geest ons allerlei sensaties presenteert; de geest fabriceert heel goede verhalen en zijn presentaties zijn levendig gedetaileerd met indrukken, achtergrondinformatie en beelden van toekomstige mogelijkheden.

Als wij de geest kunnen bevrijden van deze twijfels, zorgen en spelletjes spelende dialogen die hem onder druk zetten en afleiden, kan de geest ons een veel gelukiger manier van zijn bezorgen. Kum Nye – beofening  openbaart de lichtheid van gevoel die door al onze mentale activiteit stroomt. Kum Nye nodigt ons uit om het momentum van het voelen zelf binnen te gaan, en de spelletjes van de geest te ervaren vanauit een meer afstandelijk perspectief.

Zodra wij niet meer in het speelveld van de geest gevangen zitten, kunnen wij de talenten van de geest productiever gebruiken om onszelf te verzekeren van een voorspoediger levensreis en intimiteit te ervaren met ons eigen wezen. Dit is de manier waarop we een goede metgezel kunnen zijn voor onszelf.”  Citaat uit het boek: “ Kum Nye De betekenis van vreugde, de betekenis van zijn” geschreven door Tarthang Tulku.

.BE36C79A-7696-41AB-952F-915B4B51ADA7.gif

Hunkeren naar vervulling

“We kunnen onszelf aanleren om binnenin onszelf te zoeken en vragen te stellen over de bron van onze diepste verlangens.

Zelfs op gelukkige momenten, temidden van familie en vrienden, kunnen we ons op de een of andere manier weemoedig en alleen voelen. Hoewel we ons lichamelijk goed voelen en geen dringende zorgen hebben, worden we bewust van een vaag verlangen. Het lijkt uit ons diepste wezen te komen en veroorzaakt een licht gevoel van pijn, dat even aanhoudt en dan weer verdwijnt…

Ook al hebben we een druk bezet leven, er doen zich toch momenten voor waarop we voelen dat er iets ontbreekt. Ergens binnenin ons bevindt zich een geheimzinnige ruimte, die ernaar smacht om te worden gevuld. Misschien zijn we een hele tijd op zoek naar iets, dat deze ruimte zou kunnen opvullen en ons een gevoel van vervulling zou kunnen geven. We verwachten geluk te vinden in ons werk, onze vriendenkring, of in rijkdom, roem, macht en aanzien. Misschien verlangen we naar iemand om lief te hebben, iemand die ons zal troosten, onze dromen met ons zal delen en onze hoop en angst zal begrijpen…

Op zoek naar vervulling proberen we verschillende levensstijlen, relaties of soorten werk uit; we proberen een bijzondere vreugde te vinden of een zinvolle weg van toewijding te bewandelen. Maar net als onze plannen werkelijkheid worden en onze doelstellingen binnen ons bereik lijken te komen, merken we dat we ervoor terugdeinzen en het gevoel van vervulling uit de weg gaan. Maar nog steeds begrijpen we niet waar we mee bezig zijn of waarom we met een ontevreden gevoel blijven zitten. We richten ons op iets anders, trekken erop uit om nieuwe grenzen te overschrijden, of gaan op zoek naar iets of iemand die nog aantrekkelijker is. Wanneer we ons een nieuw doel hebben gesteld, roept dit opnieuw het gevoel van verlangen wakker dat onze belangstelling levend houdt…

Terwijl we zoeken naar vervulling, zijn we eigenlijk bezig ons te oefenen in verlangen. Het om ons heen grijpen teneinde de sensatie van het verlangen te proeven, wordt onze voornaamste bezigheid. We voeden onszelf met begeerte en het vooruitzicht op wat we willen bereiken, bezitten of ondernemen. We zijn op zoek naar iets dat in onze maatschappij hoog aangeschreven staat, zoals vakkennis, deskundigheid in zaken of ambachtelijke vaardigheid. Het kunnen ook eenvoudige genoegens zijn, zoals partijtjes, vakantie, het vooruitzicht op een verre reis of liefdesavonturen. Maar de hunkering op zich is een belangrijker bron van plezier dan alles wat we kunnen bemachtigen; we genieten van het zoete vooruitzicht dat we ons doel naderen of dat we iets tastbaars zullen krijgen om te bezitten en van te genieten…

Wanneer we de genoegens, die door onze diepe hunkering worden teweeggebracht, willen laten voortduren, kunnen we ons richten op dingen die onbereikbaar lijken – de ideale partner, onbegrensde rijkdom en macht, of zelfs de wereldvrede. We kunnen ons hele leven blijven zoeken naar iets dat onvindbaar is. Maar zelfs al streven we naar het onbereikbare, dan moet er altijd nog een vleugje hoop overblijven dat onze dromen bewaarheid zullen worden. Wat zou het leven voor zin hebben, als ons geen hoop werd geboden om naar iets uit te kijken, een of andere reden om verder te leven?

Er zijn perioden in ons leven dat onze hoop vervliegt; onze geest vertelt ons dat onze dromen bedrog zijn en ons hart gaat niet meer sneller kloppen bij een prettig vooruitzicht. Wat blijft er dan nog over om op te hopen? Wanneer we ons in onze wanhoop omdraaien om onder ogen te zien hoe ons leven er in werkelijkheid uitziet, in plaats van in onze verbeelding, is wat we zien dan bemoedigend? Hebben we iets tot stand gebracht dat werkelijk nuttig of bevredigend is? Als er geen andere keus meer overblijft dan diep in onszelf te zoeken naar innerlijke kracht, wat zullen we daar we daar dan aantreffen? Zullen de leegte en verspilling zo ondraaglijk zijn, dat we depressief worden of terugvallen op fantasieën en dwangmatig handelen? Is ons bewustzijn, dat tot nu toe gevoed werd door aspiraties en verlangen, sterk genoeg om wanhoop, verdriet en verlies het hoofd te kunnen bieden?

In tijden van nood nemen we onze toevlucht tot de religie om onze verlangens te bevredigen of om troost te zoeken. Maar het ontbreekt onze religieuze impuls aan de nodige diepte om ons gevoel van leegte en isolement te kunnen helen; dezelfde zorgen en angsten steken weer de kop op…

Zo proberen we onze eigen leraar te zijn, links en rechts zoekend naar de kennis die ons door moeilijke tijden heen zal helpen. Misschien komen we op een nieuw idee of tot een nieuwe aanpak die goed lijkt te helpen – die  “in behoefte voorziet”. Maar in plaats dat we ons leven door onze nieuwe kennis laten transformeren, passen we deze nieuwe kennis aan onze vertrouwde manier van leven aan; uiteindelijk blijft er niets nieuws over.

Levenskunst moeten we, evenals sport- of vakbekwaamheid, door oefening ontwikkelen.

Tegenwoordig leren we om slechts aan een bepaald deel van ons leven waarde te hechten, om alleen die ervaringen te beleven, die ons tijdelijk voldoening schenken. Alles wat we kennen bevestigt dat we onze vervulling buiten onszelf moeten zoeken; onze taal, de wijze waarop we over onszelf en onze omgeving denken, de begrippen die we gevormd hebben, de sociale conditionering die ons voorschrijft wat we nodig hebben en hoe we dat kunnen bemachtigen…

Op een subtieler niveau leren we onszelf aan om levensvreugde te vereenzelvigen met de opwinding van verwachtingen. En als de verwachting ons niet meer opwindt, voeden we onszelf met herinneringen of met dromen over hoe het had kunnen zijn. Wanneer we kracht nodig hebben, is het enige dat we kennen een hevig verlangen; in onze nood barst ons hart welhaast van verlangen, maar het enige dat we ervoor terugkrijgen is leegte en angst.

Voor vervulling hoeven we niet afhankelijk te zijn van omstandigheden of van anderen en evenmin hoeven we ons tevreden te stellen met de zoete droefheid van het verlangen als surrogaat door duurzaam geluk. We kunnen onszelf aanleren om binnenin onszelf te zoeken en vragen te stellen over de bron van onze diepste verlangens. Pas als we al onze vooropgezette ideeën laten varen, kunnen we ons afvragen wat voor ons leven werkelijk van belang is, wat ons werkelijk in elke vorm van tegenspoed steun zal bieden. De perioden dat we ons het meest rusteloos en eenzaam voelen, geven ons de waardevolle gelegenheid om vriendschap te sluiten met onszelf en nieuwe, diepgaande inzichten in ons eigen hart te ontdekken.

Wanneer we pijn of angst de kop opsteken, hoeven we die niet te camoufleren door gezelschap of verstrooiing te zoeken. We kunnen er een directe confrontatie mee aangaan en de oorsprong van deze pijn in onze eigen geest onderzoeken. Wat is de oorzaak van deze pijn? Wat is er binnenin ons dat zich bedreigd of angstig voelt? Is het werkelijk nodig om op deze gevoelens te reageren? Het zou mogelijk moeten zijn om te zeggen; “Nee! Deze keer reageer ik niet. Deze keer kijk ik eenvoudig naar wat er gebeurt.” Door dit te doen brengen we een ommekeer teweeg in onze gebruikelijke patronen. We zetten de eerste schrede op het pad naar zelfkennis, het begin van de weg die ons kan bevrijden van hunkering en eenzaamheid.

Als we ons op onze eigen natuurlijke bronnen verlaten en onszelf aanmoedigen om onze inspanningen vol te houden, kunnen we leren ons leven met helderheid en wijsheid te leiden. Wanneer we duidelijker kunnen zien wat van blijvende waarde is, kunnen we onze verlangens vervangen door oprechte waardering en ons hart en onze geest voeden met zinvol handelen. Later zal ons bewustzijn ons belonen voor de voeding, die we het destijds gegeven hebben; het zal ons beschermen tegen onnodig lijden en ons steunen met blijvend vertrouwen en innerlijke kracht.

Net als een kunstschilder zijn hand die het penseel vasthoudt, laat leiden door zijn innerlijke visie, kunnen wij ons laten leiden door kennis van onze eigen waarde en volop gebruik maken van de kansen die een mensenleven biedt. Gesteund door de innerlijke rijkdom, die we in onszelf hebben ontwikkeld, zijn we in staat met zekerheid te leven, vrij van bezorgdheden, angst en eenzaamheid. Citaat uit het boek: “Kennis van vrijheid tijd om te veranderen” geschreven door Tarthang Tulku.

IMG_20181204_154535-EFFECTS

 

 

Toegangspoort tot kennis

“De gewaarwording die wij angst noemen kan een toegangspoort zijn tot innerlijk ontwaken…Ons oordeel over goed en kwaad, over positief en negatief, berust op begrippen die we als kind net zo onbewust in ons hebben opgenomen als we onze taal hebben geleerd. Deze waardeoordelen zijn dwingend, dat we ze verwarren met directe levenservaring. Wanneer we ze echter voetstoots aannemen, beperken we ons in onze mogelijke ontdekkingen. Want schuilen er soms geen verborgen nadelen in de ervaringen die we prettig noemen, en zijn er werkelijk geen waardevolle aspecten aan de ervaringen die we als ongewenst bestempelen? De reflex om ons van “negatieve” ervaringen af te wenden is echter zo sterk, dat we nauwelijks de kans krijgen om te zien wat deze behelzen. Wij schijnen niet om onze angst heen te kunnen.

De meest beangstigende van alle ervaringen, het allermoeilijkste om rechtstreeks onder ogen te zien, is de dood. Maar kunnen we deze gebeurtenis buiten beschouwing laten en toch de hoop koesteren de zin van ons leven te doorgronden? Dat zouden we wel willen. Nadenken over de onontkoombaarheid van aftakeling en dood is pijnlijk. Het brengt ons tot wanhoop en biedt ons geen enkele uitweg. Waartoe dient het leven als de dood een einde maakt aan al ons streven? …

Kunnen we ons voorstellen hoe we ons voelen als het onze beurt is om onbekwaam en hulpeloos te worden, of hoe het is om iedere dag geconfronteerd te worden met de wetenschap van onze naderde dood? Zullen we nog steun ondervinden van onze huidige gevoelens van plezier en tevredenheid, wanneer we onze levenskrachten voelen wegebben of wanneer we vergaan van pijn en weten dat die niet verdwijnt?

Als we wisten dat ons laatste uur geslagen had, zouden we ons daar rustig aan overgeven? Waar zouden wij spijt van hebben? Van welke dingen zouden we het gevoel hebben er niet aan toegekomen te zijn? Zouden we anders geleefd hebben als we van tevoren hadden geweten dat ons leven op dit moment zou eindigen? Welke raad zouden we aan onze kinderen of vrienden meegeven, om hen te helpen een gevoel van spijt te voorkomen wanneer hun stervensuur aanbreekt?

Zolang wij jong en gezond zijn, is de tijd ons gunstig gezind; hij stelt ons in de gelegenheid na te denken over wat we willen ondernemen en ondersteunt onze pogingen om die kennis te vinden, die we nodig hebben om verwarring en verkwisting in ons leven tegen te gaan. Als we onze tijd verspillen, verspillen we ons leven; er blijft ons weinig anders over dan te aanvaarden wat ons in onze laatste levensjaren overkomt. Aanvaarden we echter de edelmoedigheid van tijd en gebruiken we deze om een sterk fundament voor zelfkennis te leggen, dan zal de aldus verworven kennis ons beschermen tegen zwakte en emotionele nood –  zowel nu als in de toekomst. Dan zal kennis op onze oude dag een voortdurende bron van inspiratie en kracht zijn, die ons door dik en dun ondersteunt en zowel onze eigenwaarde als die van anderen bekrachtigt.

Waarom is het zo moeilijk om de realiteit van het ouder worden en sterven onder ogen te zien? Waarom moeten we een directe confrontatie met onze angst uit de weg gaan?….

Misschien verliezen we, als we onze angsten erkennen en ze diep in ons hart voelen, alleen maar onze illusies. Mogelijk ontdekken we in onze angst een onverwachte rustplaats, waardoor we ons heel dankbaar voelen dat we eindelijk weten wie we zijn en waar we naar toe gaan.

De gewaarwording die we nu angst noemen, kan een toegangspoort zijn tot innerlijk ontwaken. Telkens wanneer we angst ervaren kunnen we ervan uitgaan dat we in de buurt komen van kennis die we voor onszelf verborgen hebben gehouden. Telkens wanneer we de grenzen van onze ervaring naderen en iets nieuws beginnen te ontwaren, zal de angst als een schaduw verrijzen om datgene te verbergen wat we het dringend dienen te weten.

Angst zal ons, evenals een goede vriend, niet verlaten voordat we ons eigen wezen volledig begrijpen. Zolang we op zoek zijn naar grotere kennis over wie en wat we zijn, kunnen we erop vertrouwen dat angst een kompas kan zijn voor ons eigen gewaarzijn, een wijzer die ons de weg wijst naar grotere kennis. ”  

Citaat uit het boek: “Kennis van Vrijheid tijd om te veranderen” geschreven door Tarthang Tulku.

IMG_20181204_154535-EFFECTS (1)